IoT vereist nieuwe samenwerkingsvormen, rollen en verantwoordelijkheden van designers én designmanagers

Het Design Management Netwerk (DMN) dook 15 november 2016 in de Creative Factory Rotterdam in het Internet der Dingen, kortweg IoT. Petri van den Goorbergh van FLEX/design trapte de avond af. Meteen maakt ze duidelijk wat de betekenis en impact is van het Internet of Things (IoT). IoT is de ontwikkeling waarbij slimme producten zijn verbonden met het internet en met elkaar gegevens kunnen uitwisselen. De meest voor de hand liggende voorbeelden kennen we bijna allemaal, maar deze producten zijn slechts het begin van een ontwikkeling die veelomvattender, breder en diepgaander is. En dus meer impact heeft: in economisch- maar ook in bedrijfskundig- en maatschappelijk opzicht.

De ijskast die registreert wat je verbruikt en automatisch nieuwe producten bestelt, de slimme thermostaat die je van afstand bedient als je niet thuis bent, of de Philips HUE-lamp die je met een app dimt of verandert van kleur, zijn voorbeelden van de zogenaamde eerste golf: consumentenproducten in de huiselijke omgeving (domotica). Maar dit is slechts het begin want de tweede golf (‘connected industry’) en de derde golf (‘connected society’) komen er in hoog tempo aan. En die veroorzaken implicaties die we deels wel, maar deels ook nog lang niet (onder)kennen. Nieuwe producten, services, verdienmodellen en samenwerkingsvormen, om maar wat te noemen. En dus ook nieuwe rollen en verantwoordelijkheden voor de betrokken designers en designmanagers.

IoT betekent ook nieuwe rollen en verantwoordelijkheden voor de betrokken designers en designmanagers

Bij die golfbeweging horen vanzelfsprekend nieuwe manieren van monitoren, (bij)sturen en verbinden. De combinatie van producten en de systemen waarin ze functioneren is ingewikkeld waarmee de complexiteit exponentieel toeneemt. Een paar voorbeelden: Slimme liften die het onderhoud vanzelf melden en technische problemen deels zelf oplossen. Met elkaar verbonden trucks die het zuiniger rijden en efficiënter gebruik ervan mogelijk maken. Vliegtuigmotoren die zichzelf op 10 kilometer kruishoogte continu monitoren en mogelijke defecten real-time melden. En straatverlichting die zo goed mogelijk inspeelt op allerlei omgevingsfactoren. Prachtig allemaal, maar dit alles heeft ook een keerzijde. Want privacy (waar gaan die data zoal naar toe?) en veiligheid (kan iemand een vliegtuigmotor hacken?) zijn hete hangijzers waar terecht veel – ook politieke – aandacht voor is.

Van het kunnen monitoren biedt IoT op korte termijn ook controle, optimalisatie en autonomie: de komst van ‘(zelf)denkende/sturende’ apparaten en systemen dus. Logisch dat het ontwerp van dit soort ‘systemen’ andere vaardigheden vereist van de ontwikkelteams die ermee aan de slag gaan. Zoals de Harvard Business Review (HBR) stelt: de zogenaamde technology stack vereist dringend nieuwe processen, methodes en werkwijzen. Petri geeft aan dat dit voor FLEX/design ook geldt: ‘als designers moeten we ons aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid en dat zie je ook terug in de manier waarop we (samen)werken en de disciplines die we daarbij inzetten. Het wordt veel meer interdisciplinair en we werken langer, interactiever en structureler samen met onze opdrachtgevers. Die relatie is al aan het veranderen en dat gaat door. FLEX/design ziet er daarom over een aantal jaren qua samenstelling en werkwijze ook anders uit, net zoals veel andere designbureaus’.

Dé expertise van ontwerpers bij de ontwikkeling van IoT ligt precies bij het maximaliseren van de toegevoegde waarde voor eindgebruikers. Daarbij refereert Petri aan de zogenaamde sweet spot: ‘alleen op de overlap van technologie, business en gebruikersbehoeften ontstaat échte ‘waarde’. Ontwerpers zijn goed in het ontdekken daarvan – we hebben een scherp oog voor échte behoeften van échte mensen – en we zijn in staat alle stakeholders rondom die gebieden met elkaar te verbinden’. Waarmee bijvoorbeeld ook de huidige aandacht binnen werkelijk elke grotere organisatie (banken, verzekeraars, luchtvaartmaatschappijen, overheid, MKB, retail) voor UX (User Experience) verklaart is.

IoT vereist van designers andere vaardigheden. De zogenaamde T-Shaped Professional is het gedroomde teamlid in een IoT-project: een superspecialist, maar ook in staat in een team intensief samen te werken en disciplines te verbinden. De designmanager is volgens Petri daarbij de spin in het web: ‘hij of zij is in staat de verschillende belangen te managen en holistisch te werk te gaan. Daarbij is het verbinden, coachen en faciliteren van het ontwikkelteam én uiteindelijk tot een gedragen beslissing komen essentieel. Dé IoT-designmanager heeft overzicht, is generalist maar weet ook precies wanneer je de superspecialisten in het team de ruimte moet geven. Daarnaast gebruik je prototypes zoals een zogenaamd Minimum Viable Product (MVP) om zo snel mogelijk gebruikers én stakeholders actief te betrekken en feedback op te halen.’

Dé IoT-designmanager heeft overzicht, is generalist maar weet ook precies wanneer je de superspecialisten in het team de ruimte moet geven…

Petri’s collega Jacco de Haan gaat daarop door. In de maatschappelijk relevante IoT-case die FLEX/design voor UNESCO-IHE uitvoert speelt zo’n MVP een centrale rol. UNESCO-IHE houdt zich bezig met o.m. het verbeteren van de waterhuishouding in de derde wereld en het verbeteren van de omstandigheden daaromheen. De zogenaamde Emergency Sanitation Unit (WC-unit) die ontwikkeld wordt voor toepassing in rampgebieden (aardbeving, overstroming, oorlog, etc.) voorkomt uitbraken van zeer besmettelijke en dodelijke ziekten. Met een relatief simpele unit wordt een enorme bijdrage geleverd aan de volksgezondheid en het welzijn. Door IoT kunnen deze units gekoppeld, gemonitord en aangestuurd worden en daardoor veel effectiever en slimmer worden ingezet. Fiona Zakaria doet momenteel een PhD-onderzoek naar de toepassing ervan. Daarvoor verscheepte FLEX/design het prototype naar de Filipijnen waar Fiona als onderzoeker twee maanden embedded ging om te toetsen of de aannames rondom de Sanitation Unit klopten. Letterlijk met de voeten in de klei werd de Unit in een klein en geïsoleerd dorpje getest. De bevindingen – variërend van soort gebruik, tevredenheid gebruikers, adoptie e.d. – zijn valide input voor de verdere doorontwikkeling van het beoogde product en het bijbehorende IoT-platform. Maar… daar zitten nogal wat haken en ogen aan, zo blijkt uit Fiona’s onderzoek.

yassine-chagrani-21620108110_-19-bis-rue-du-pain-1027-tunis-tunisie

foto: Yassine Chagrani

De afsluitende discussie gaat vooral daarover. Analoog aan Eric Ries’ zijn klassieker The Lean Startup zijn het gebruik van rapid prototyping en het daadwerkelijke veldonderzoek (zo snel mogelijk een zo echt mogelijk product in een echte context testen) relevante stappen. Maar de noodzakelijke stappen naar ‘het opschalen’, het productierijp maken én een goed onderbouwde ‘business case’ moeten nog gezet worden. Daarbij worden door de aanwezigen o.m. het inzetten van design om concepten tastbaar te maken, storytelling om ‘het juiste verhaal te vertellen’ én design management om de belangen van alle stakeholders in kaart te brengen en te verbinden, genoemd als de logische eerste stappen. Nut en noodzaak van deze case is glashelder. Nu gaat het erom: wie stapt er in als sponsor, wie durft het mee te gaan trekken en wie worden ‘ambassadeurs’? De Ocean Cleanup van Boyan Slat (TU Delft) is daarbij een mooi voorbeeld: Slat wist door zijn aansprekende, tastbare, overtuigende en onderbouwde ‘pitch’ de juiste partijen aan zich te binden.

VIJF TAKE AWAYS
IoT staat eigenlijk nog in de kinderschoenen en we zien nu pas maar het begin: de ontwikkeling gaat razendsnel, zo ook de bijbehorende complexiteit en impact;
IoT dwingt betrokkenen serieus te kijken naar issues en implicaties: denk aan privacy, veiligheid maar ook ‘nieuwe’ aspecten rondom IP, de creatie van waarde en verdienmodellen;
IoT schept voor designers en designmanagers ‘nieuwe’ verantwoordelijkheden, rollen en samenwerkingsvormen: de zogenaamde T-Shaped professional lijkt de blauwdruk voor de betrokken teamleden, de design-manager is daarbij ‘spin in het web’;
IoT heeft design hard nodig omdat ontwerpers erg goed in staat zijn de sweet spot tussen technologie, business en behoeften te vinden;
IoT vraagt niet alleen om rapid prototyping en het inzetten van een MVP maar ook skills en vaardigheden om die op te schalen en de benodigde partijen erbij te betrekken.

Met dank aan FLEX/design (Petri en Jacco) en UNESCO-IHE (Fiona)

Verslag: Pieter Aarts